~ over embodiment, regulatie en quiet mind ~
De vraag waar veel mensen vandaag mee rondlopen is niet: hoe kom ik tot rust?
maar: waarom lukt het me niet om daar te blijven?
We leven in een veld van voortdurende prikkeling.
Beelden, geluiden, verwachtingen, informatie.
Ons systeem staat vrijwel constant “aan”.
Niet omdat we dat verkeerd doen,
maar omdat dit de context is waarin we leven.
Wat we vaak “overprikkeling” noemen,
is niet zozeer te veel ervaring,
maar te weinig bedding.
Van daaruit komt ook de vraag naar het window of tolerance.
Hoe vergroot je dat?
Hoe blijf je aanwezig wanneer het leven beweegt?
Mijn ingang is zelden het model zelf.
Ik begin liever bij iets wat daaronder ligt:
de natural state van de mens.
Die natural state is geen geluk, geen extase, geen permanente rust.
Het is een quiet mind —
een staat waarin de interne dialoog tot stilstand komt,
niet door onderdrukking, maar omdat hij niet meer nodig is.
Veel mensen verlangen naar die staat,
maar vinden haar niet.
Niet omdat ze het niet goed doen,
maar omdat hun lichaam haar niet veilig genoeg kent.
Vroeger was het eenvoudiger om hier te komen.
Niet omdat mensen “wijzer” waren,
maar omdat ze leefden in een context
waarin het zenuwstelsel vanzelf kon inklikken.
Natuur.
Ritme.
Beperkte prikkels.
Herhaling.
Wie vandaag enkele dagen volledig in de natuur verblijft,
merkt dat ook nu nog:
na twee, drie dagen wordt de mind rustiger.
Dagelijkse mentale programma’s vallen weg.
De silent mind ontstaat.
In die silent mind stoppen de to-do’s,
de mentale herhaling,
het constante moeten.
Maar vaak blijven er nog gedachten.
Subtiel.
Observerend.
Corrigerend.
Doe ik het goed?
Adem ik wel juist?
Mijn lichaam ligt niet lekker.
Dat is geen falen.
Dat is een tussenfase.
Wanneer ook dát wegvalt,
ontstaat wat ik quiet mind noem.
Niet als doel,
maar als bijproduct.
Quiet mind is geen leegte.
Het is belichaamde aanwezigheid.
Er is zijn, voelen, waarnemen —
zonder dat het lichaam hoeft te reageren.
In sommige tradities wordt nog een volgende fase benoemd:
de crystal mind.
Een staat van helderheid en eenvoud,
waarin weten niet meer gezocht wordt,
maar aanwezig is.
En ja — van daaruit kan een ervaring van eenheid ontstaan.
Niet als “verbinding met alles” die je even maakt,
maar als een gevolg van diepe regulatie.
Belangrijk is dit:
die staten zijn geen vaardigheden die je doet.
Ze ontstaan wanneer het lichaam niet meer hoeft te beschermen.
Dat brengt me terug bij het window of tolerance.
Embodied gezien is het window geen zone
waarin je je goed voelt,
en ook geen ruimte zonder spanning.
Het is de ruimte waarin ervaring kan bewegen
zonder dat jij jezelf verliest.
Er mag spanning zijn.
Boosheid.
Angst.
Kracht.
Beweging.
Zolang je:
– aanwezig blijft
– kunt waarnemen
– keuzes kunt maken
– relatie houdt met jezelf en de ander
ben je binnen je window.
Quiet mind is daarin geen eindpunt,
maar een signaal:
het lichaam voelt zich veilig genoeg
om niets te hoeven doen met wat er is.
Daarom is quiet mind voor veel mensen eerst:
eng
leeg
onwennig
Niet omdat het verkeerd is,
maar omdat het lichaam het niet kent.
Dat is ook waarom retreats zo’n krachtige ervaring kunnen geven.
Wanneer je ver weg bent van rollen, prikkels en keuzes,
valt de belasting weg.
Het zenuwstelsel ontspant.
De ventrale vagus komt vanzelf online.
Mensen worden rustig.
Helder.
Ze “vinden zichzelf terug”.
Maar dat is geen vaardigheid.
Dat is context.
Zodra het dagelijks leven terugkomt,
komt ook de oude activatie terug.
Niet omdat er iets mis is gegaan,
maar omdat de draagkracht niet fundamenteel veranderd is.
Belichaming is iets anders.
Belichaming betekent:
leren reguleren terwijl de prikkels er zijn.
Met mensen.
Met verwachtingen.
Met spanning.
Met nabijheid en afstand.
Niet weggaan om te ontspannen,
maar blijven terwijl het beweegt.
Dat is wat de window vergroot.
Niet stilte opzoeken,
maar leren dragen.
Quiet mind komt dan niet omdat alles stil wordt,
maar omdat het lichaam niets meer hoeft te doen
met wat er is.
En dat is, in mijn ervaring,
de meest duurzame vorm van rust die er bestaat.
